dinsdag 26 september 2017
menu click

Alles over onze aanpak

 

Deze tips helpen ouders om na te denken over wat het beste moment is om met kinderen te praten en het geeft hen ideeën over mogelijke onderwerpen. De tips kunnen tijdens een ouderbijeenkomst uitgebreid besproken worden. Hoe dat georganiseerd kan worden is te lezen onder het kopje ouderbijeenkomsten.

 

Praten met kinderen over de wereld. Lees hier de tien tips voor ouders >>>

Praten met kinderen over de wereld. Print hier de tien tips voor ouders >>>

  1. Kies een goed moment!
  2. Wat boeit ze?
  3. Waarom doen mensen zo?
  4. Geen één- maar tweerichtingsverkeer
  5. Samen op zoek naar het antwoord!
  6. Wees niet te bang voor te moeilijk!
  7. Wat ik nou toch heb meegemaakt!
  8. En wat heb jij beleefd?
  9. Hun eigen verhaal
  10. Morgen, overmorgen en de rest van het leven      

Videovoorbeelden van 'Praten met kinderen over de wereld' >>>

Uitleg

1- Kies een goed moment!


Neem elke dag de tijd voor een gesprek met uw kind. Zoek naar een goed moment. Wat een goed moment is wisselt per gezin. Zoek naar het moment dat bij jullie gezin het beste past. Voor veel mensen is dat moment aan tafel, wanneer je met elkaar eet. Een ander kiest het moment van naar bed brengen. Weer een ander meteen na school. Een goed moment kan voor jullie ook zijn ‘als we samen boodschappen doen’ of ‘als we in de auto zitten'. Wat is jullie goed moment?

Extra informatie: Beals, D.E. (2001). Eating and Reading: Links Between Family Conversations with Preschoolers and Later Language and Literacy. In: Dickinson, D.K., & Tabors, P.O., Beginning Literacy with Language. Young Children Learning at Home and School. Baltimore: Paul H. Brookes.

2.Wat boeit ze?


Kinderen praten het liefst over wat hen echt boeit of sterk bezig houdt. Daar hebben kinderen veel over te vertellen. Wat boeiend is, hangt van het kind af. Voor het ene kind is dat een nieuw spel, voor de ander een populaire dvd. Of het zijn de kinderen in de straat, voor weer een ander legofiguren. Wat houdt uw kind op dit moment bezig? En... heeft hij/zij u daar al eens wat over verteld?!

Extra informatie: Snow, C.E., & Beals, D.E. (2006). Mealtime Talk That Supports Literacy Development. New Directions for Child and Adolescent Development, no. 111, Spring 2006.

3- Waarom doen mensen zo?


Kinderen begrijpen lang niet altijd waarom grote mensen en andere kinderen bepaalde dingen doen of willen. Je kunt als ouder je kind helpen anderen te begrijpen. Spreek over wat bedoelingen en motieven van mensen / kinderen zijn, of kúnnen zijn. Dus waarom zij doen zoals ze doen. Daarmee helpt u uw kind mensen te begrijpen. Geef ook zelf het goede voorbeeld. Maak regelmatig eigen bedoelingen en motieven duidelijk aan uw kind. Dus waarom u iets doet, en wat u precies bedoelt.

Extra informatie: Blandona, A. Y., Calkinsa, S. D. & Keanea, S.P. (2010). Predicting emotional and social competence during early childhood from toddler risk and maternal behaviour. Development and Psychopathology / 22 / 01 / 2010, pp 119-132.

4- Geen één- maar tweerichtingsverkeer.


Hoe vaak zeggen we niet iets tegen elkaar zonder echt een reactie te verwachten. "Doe je dit even" en "mooi hè!" Bij echte uitwisseling praat je mét elkaar niet tegen elkaar. En je luistert naar de ander, je wisselt uit. Waar je over praat? Dat kan bijvoorbeeld gaan over wat jullie op dat moment zien of horen. Of jullie praten over onbekende voorwerpen of dingen die jullie verbazen. Waarom het draait is dat de belangstelling van twee kanten komt.

Extra informatie: Fivush, R., Haden, C. A., & Reese, E. (2006). Elaborating on elaborations: Role of maternal reminiscing style in cognitive and socio-emotional development. Child Development, 77(6), 1568-1588.

5- Samen op zoek naar het antwoord!


Hoe kán dat? Hoe komt dat nou? Waarom is dat zo? Allemaal vragen over hoe de wereld in elkaar steekt. Daar moeten kinderen nog heel wat over te weten komen. Het zijn vragen naar oorzaak en gevolg, en naar het waarom van dingen. Dit zijn belangrijke vragen voor de ontwikkeling van kinderen. Probeer daarom altijd antwoord te geven. Ook op moeilijk vragen. Wanneer je het zelf niet precies weet, ga dan samen met je kind op zoek. Wie zou het weten? Waar kunnen we dit soort dingen vinden?
Door samen naar antwoorden te zoeken help je je kind verder met het ontdekken van de wereld.

Extra informatie: Henrichs, L.F. (2010). Academic language in early childhood interactions. A longitudinal study of 3- to 6-year-old Dutch monolingual children. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.

6- Wees niet te bang voor te moeilijk!


Kinderen leren veel van praten over moeilijke onderwerpen, vooral als je ze daarbij behulpzaam bent door dingen te helpen begrijpen. Denk niet te snel ‘oh dat begrijpen ze niet’. Leg het uit. Laat het zien. Dat is goed voor hun kennis van de wereld en hun woordenschat. Zorg dus dat kinderen in aanraking komen met nieuwe woorden en nieuwe begrippen. Beter te moeilijk dan te gemakkelijk, zeggen ze wel eens. Te moeilijk kun je immers uitleggen! Daar ben je zelf bij.

Extra informatie: Weizman, Z.O., & Snow, C.E. (2001). Lexical input as related to children’s vocabulary acquisition: Effects of sophisticated exposure and support for meaning. Developmental Psychology, 37, 265-279.

7- Wat ik nou heb meegemaakt!


Elkaar vertellen wat je hebt meegemaakt is belangrijk voor kinderen. Belevenissen met elkaar delen is leerzaam en goed voor de taalontwikkeling. Een verhaal goed kunnen vertellen is een hele kunst. Geef ze het goede voorbeeld. Kom ook zelf eens met een ‘mooi verhaal’. Heb je vandaag iets meegemaakt, een grappig voorval op straat, een interessant telefoontje, iets wat je op de tv gezien hebt? Zorg dat u uw verhaal een beetje boeiend vertelt. Want… boeiend houdt de aandacht vast!

Extra informatie: Reynolds Kelly, K., & Bailey, A. L. (2013). Becoming independent storytellers: Modeling children’s development of narrative macrostructure. First Language, 33(1), 68-88.

8- En wat heb jij beleefd?


Stimuleer je kind om te vertellen wat hij/zij die dag beleefd heeft of ‘gisteren op dat feestje’. Misschien vertelt je kind maar één opvallend detail, namelijk wat hem/haar het meest is opgevallen. Probeer eens wat meer verhaal te ontlokken. Door naar details te vragen bijvoorbeeld. Of door zelf iets te bedenken dat prikkelt om tegen gesproken te worden. ‘Dus het feestje was na een paar minuten afgelopen en iedereen moest huilen?' Je wil ‘het hele verhaal’ graag horen. Daar kun je je kind bij helpen

Extra informatie: Sparks, A., & Reese, E. (2012). From reminiscing to reading: Home contributions to children’s developing language and literacy in low-income families. First Language, published online. http://fla.sagepub.com/

 

9- Hun eigen verhaal.


“En ieder zingt zijn eigen lied”. Niet ieder kind is gelijk. Elk kind heeft een eigen manier van zeggen. Een eigen manier om iets kenbaar te maken. Geef kinderen de ruimte om hun eigen verhaal te doen. Als uw kind uit zichzelf met zijn/ haar verhaal naar u toe komt, wees dan niet te snel met reageren, maar luister! Ga niet ongeduldig vragen stellen of meteen commentaar leveren. Gun kinderen de tijd om het verhaal dat hen zo bezig houdt, in eigen geuren en kleuren te vertellen. Probeert u er eens achter te komen wat er nou precies zo boeiend, eng of grappig is!

Extra informatie: Scheele, A.F., Leseman, P.P.M., & Mayo, A.Y. (2010). The home language environment of mono- and bilingual children and their language proficiency. Applied Psycholinguistics, 31, 117-140.

10- Morgen, overmorgen en de rest van het leven.


We praten met elkaar vooral over vandaag, over het hier-en-nu en ook wel over gister, over wat er in de afgelopen uren en dagen gebeurd is. Praat met kinderen ook eens over wat er in de toekomst gaat gebeuren. Over dingen die nog staan te gebeuren dus. Feestdagen die voor de deur staan, verjaardagen van familieleden, de vakantie, een trouwerij binnenkort.
Praat ook af en toe eens over de verre toekomst, over later als uw kind groot zal zijn. Wat wil uw kind later worden? Voetballer? Zanger? Juf? Wat wil uw kind later zeker meemaken? Reizen? Dit praten en denken over de toekomst hoeft echt niet 100% realistisch te zijn of zeker haalbaar. Er mag best wat verbeeldingskracht bij zitten! Hiermee prikkelt u het voorstellingsvermogen van kinderen, en het onder woorden brengen ervan.

Extra informatie: Blauw, A. de, Baker, A. & Rispens, J. (2012), Precursors of Narrative Ability: the Significance of Non-Present Talk at Home. Paper presented at International Conference NIL2012, Narrative, Intervention and Literacy: Development of Oral narratives, intervention procedures and reading comprehension, Paris, France, 6-7 September 2012.

Videovoorbeelden van Praten met kinderen over de wereld

 We hebben filmopnames mogen maken bij ouders. Zij zijn samen met kun kinderen met de de tips aan de slag gegaan en hebben deze in de praktijk uitgeprobeerd.

Aan tafel hebben kinderen heel veel te vertellen. Een beetje hulp van vader of moeder is dan welkom. In zo'n gewone dagelijkse situatie komen belangrijke begrippen aan de orde: wat er vanmorgen allemaal gebeurde en hoe handig het is om de weg naar huis te weten.

 

Onder het avondeten vertelt een kind over wat er vandaag op school gebeurd is. Ze verwoordt wat haar dwars zit. Ook vertelt ze wat haar ouders straks op de kijkavond te zien krijgen. Aan tafel vooruit kijken en terugblikken: daar leer je van.

 

Het is niet altijd gemakkelijk te begrijpen waarom je als driejarige iets niet mag, of waarom een ander boos is. Moeder staat model. Ze doet voor hoe je al pratend een conflict kunt oplossen.

 

Even de tijd nemen om naar elkaar te luisteren: dat kan tijdens de lunch bijvoorbeeld. En dan kan het best gaan over iets dat al lang geleden gebeurd is. Laat kinderen, ieder op zijn eigen manier, uitgebreid vertellen over wat hen boeit.